Publicaties

Forum Navigation
Please to create posts and topics.

Stelt Britt zich aan? deel 2

Britt is 7 jaar en zit in groep 4. In het vorige artikel schreef ik al dat Britt snel overprikkeld is en dat ze, vooral ’s middags op school, snel huilde of boos werd. In dit artikel geef ik aan wat Britt, haar juf en haar ouders zelf kunnen doen om beter te kunnen functioneren.

  1. Een schild creëren. Soms is het mogelijk om je letterlijk af te schermen van de prikkels. Britt kan bijvoorbeeld boeken op haar tafel zetten waar ze achter kan wegduiken om zo rustiger te kunnen werken. Misschien is er een hoek met kussens en kan ze daarachter gaan zitten. Of de tafel afschuiven en, kijkend naar de muur, werken.
  2. Het glazen huisje. Soms schrikken kinderen erg van een streng sprekende leerkracht. Ook als het niet tegen hen is gericht maar tegen een klasgenoot, kan een hoog-sensitief kind hier erg aangedaan door zijn. Het helpt dan door uit te leggen dat de boosheid niet voor hen bedoeld is en dat sommige kinderen het soms nodig hebben om streng te worden toegesproken. Britt was geholpen door zich op zulke momenten in te beelden dat ze in een glazen huisje zat. Ze kon alles zien en ook horen, maar het kon haar niet raken. Ze was beschermd door het glas van het huisje.
  3. Een rustige ruimte opzoeken. Britt mocht zelf kiezen om op de gang te werken. Daar was het meestal rustiger dan in de klas. Nog mooier zou zijn als er een aparte werkruimte zou zijn waar ze terecht kon, maar dat had deze school niet. De rust en de stilte van de grote hal zorgden voor minder prikkels en dus minder vermoeidheid bij Britt.
  4. Een hoofdtelefoon gebruiken. De hoofdtelefoon filtert de geluiden in de klas. Er kan ook op de hoofdtelefoon naar muziek worden geluisterd. Dit hielp Britt niet: het geluid was voor haar een extra prikkel.
  5. Hanteer vaste gewoontes. Plotselinge verstoringen van de routines van de dag zorgen voor onrust en extra prikkels en dus grotere vermoeidheid. Het geeft meer rust als de dagen in (ongeveer) dezelfde volgorde en manier verlopen. Dit geldt op school, maar ook thuis.
  6. Kondig onregelmatigheden aan. Soms verloopt een dag anders dan anders. Er is iemand jarig, een afspraak bij de tandarts of een schoolreis. Het helpt als het kind dit ruim van tevoren weet en ook vrij precies weet wat er dan gaat gebeuren en wat er van hem/haar verwacht wordt. Het kind kan zich er dan op voorbereiden.
  7. Slaap voldoende. In je slaap verwerk je prikkels en kom je tot rust. Als je veel prikkels te verwerken hebt, duurt het langer. Britt lag soms lang wakker voor ze kon slapen omdat haar hoofd nog tolde van alle indrukken. Dat is niet erg (wel vervelend) als de slaap tenminste voldoende is. Het hoofd gaat minder tollen naarmate aan alle hiergenoemde voorwaarden beter wordt voldaan. Het kind kan dan sneller in slaap vallen.

Wat zijn jouw ervaringen met overprikkeling?

 

Vertel hierover op het forum!