Publicaties

Forum Navigation
Please to create posts and topics.

Pleun weet alles en wordt gepest.

Pleun is 8 jaar en zit in groep 6. Ze komt regelmatig huilend thuis van school. Pleun wordt gepest. Andere kinderen lachen haar uit en noemen haar Pleun de miskleun. Pleun staat erg alleen in haar klas. Pleun weet namelijk ‘alles’ en laat dat duidelijk merken. Als het in de klas gaat over een land, een gewoonte, over insecten of over de riddertijd, dan kan Pleun haar enthousiasme niet onderdrukken en wil constant het woord voeren. Dat wordt haar niet in dank afgenomen. Ook niet door de juf. Pleun snapt er niks van. Het is toch fijn dat zij zoveel weet? En dat ze dat aan anderen wil vertellen? Dan worden zij ook wijzer. Sommige kinderen in haar klas zijn ook zo stom, die snappen niks. Waarom willen ze niet ik hen help? Pleun komt steeds verder alleen te staan in de klas. Iedereen ergert zich aan haar. Hoe moet het verder?

Een kenmerk van hoogbegaafden is dat ze op jonge leeftijd al heel leergierig zijn, alles lezen en ook onthouden. Hoogbegaafden kunnen dat beleven met een zeer hoge intensiteit en drive. Ze krijgen veel energie van het tot op de bodem uitzoeken van dingen, vinden het zeer interessant om nieuwe dingen te leren. Velen vinden het ook heerlijk om daarover te vertellen en met anderen te discussiëren over hun interesses. En dat wordt hen lang niet altijd in dank afgenomen. Vooral niet als de hoogbegaafde, zoals Pleun, hierbij nogal arrogant en soms neerbuigend kan overkomen.

Voor Pleun is dit zeer verwarrend. Want bij haar thuis en in haar familie wordt ze bewonderd om alles dat ze weet. Haar ouders waarderen haar kennis en enthousiasme. Ze moedigen haar aan en discussiëren met haar. Dit is het gedrag dat Pleun geleerd heeft en waar ze succes mee oogst. En nu lukt het niet meer op school. Pleun weet niet waar het aan ligt en voelt zich steeds onzekerder en waardelozer. Haar antwoord is nog meer vertellen en ‘helpen’. Maar dat lukt niet.

Ik leg Pleun uit dat ze anderen kan overspoelen met haar verhalen en ideeën. Dat andere kinderen meer tijd nodig hebben om hun gedachten te ordenen en onder woorden te brengen. Dat het niet leuk is om tegen iemand die hard geleerd heeft en een 6 haalt op topografie te zeggen dat jij ontevreden bent over een 9. Samen bedenken we wat ze kan doen om aardiger opmerkingen te maken. We oefenen het in rollenspellen. En ik druk Pleun op het hart dat ze in haar hoofd àlles mag denken. Dat haar gedachten en gevoelens prima zijn en bij haar horen en kloppen. Maar dat het niet altijd slim is om deze gedachten uit te spreken.

Pleun snapt het en oefent ermee. Langzaam verandert de situatie. Ik stel voor dat Pleun gaat deelnemen aan de plusklas. Daar kan ze met anderen over dit ‘probleem’ praten, nieuwe vrienden maken en hoeft ze haar enthousiasme niet steeds in te tomen.

Ken je een betweter?

 

Vertel hierover op het forum!