Publicaties

Forum Navigation
Please to create posts and topics.

Ivo gaat niet meer naar school.

Ivo is 15 en gaat momenteel niet meer naar school. Hij is vastgelopen. Het ging niet meer. Ivo kon geen motivatie meer vinden om te leren en voelde zich niet meer thuis op school. Op de basisschool ging het wel goed met Ivo. Hij viel niet zo op, kon goed meekomen. Thuis was hij stil en hij speelde zelden met vriendjes. Zijn ouders waren druk en omdat Ivo niet de indruk wekte dat er iets was, maakten zij zich geen zorgen. Hoe kan het dat het nu toch is misgegaan?

Hoogbegaafde kinderen kunnen enorm goed zijn in het zich aanpassen aan de verwachtingen van de omgeving. Dat is bij Ivo gebeurd, al toen hij naar het kinderdagverblijf ging. Ivo keek wat de leidsters voor gedrag verwachtten, waar ze de andere kinderen voor prezen. Dat gedrag ging hij ook vertonen, ook al wist hij veel meer en snapte hij sommige dingen niet. Waarom mocht hij  niet zelf zijn fruit snijden? Hij kon het makkelijk. Ook op de basisschool paste Ivo zich aan. Hij las hakkelend, net als de anderen, dat hoorde blijkbaar zo. Als Ivo af en toe ‘de fout in ging’ en liet merken dat hij allang kon lezen, of iets vertelde over de Amerikaanse verkiezingen, dan werd hij op zijn minst vreemd aangekeken en op zijn slechtst uitgelachen door zijn vriendjes en ook door zijn juf. Dus dat liet hij wel uit zijn hoofd, de volgende keer. Ivo voelde zich eenzaam, dom en onbegrepen. De grapjes die anderen leuk vonden, hun hobby’s, de spelletjes die ze speelden, het sloot allemaal niet aan bij Ivo. Ivo was constant aan het observeren en toetsen: “snapt de ander mij? Heb ik iets geks gezegd? Wat voor antwoord/reactie verwacht de ander nu?” Ivo werd hier doodmoe van en hij had zich dit gedrag zo eigen gemaakt dat hij het zicht op wat hij nu eigenlijk zelf ergens van vond, wat hij zelf leuk vond en waar hij zelf van genoot was kwijtgeraakt. In feite was hij nu overspannen.

Om een stevige eigen identiteit op te bouwen moet aan de basisbehoeften autonomie, competentie en relatie worden voldaan. Hoogbegaafde jongeren komen vooral op het gebied van de relatie soms tekort. Ze ontmoeten weinig peers, andere hoogbegaafden. (Slechts 2 à 3% van de mensen is hoogbegaafd.) Peers zijn nodig om je aan te spiegelen, als voorbeeld en inspiratiebron. Om te ervaren dat het mogelijk is er andere, ‘rare’ ideeën op na te houden en dat dat oké is.  Om samen te lachen om rare ideeën, en deze uit te werken. Om je geaccepteerd te voelen met je afwijkende mening/hobby/humor.

Hierom zijn plusklassen in het leven van hoogbegaafden zo belangrijk. Daar kunnen ze hun peers ontmoeten. En daar krijgen ze het vertrouwen om zelf (al of niet met hulp) oplossingen te bedenken voor moeilijke problemen. En dan echte trots te voelen omdat je iets moois hebt neergezet, omdat je je problemen hebt overwonnen.

Met dank aan het afstudeeronderzoek van Esmée Corbij (tinyurl.com/identiteit-hb).